Rockefeller's Time over hun held

In 1954 ontstond in het Amerikaanse Congres grote bezorgdheid over de invloed van de belastingvrije stichtingen die waren opgezet door de superrijken zoals de afstammelingen van Joseph P. Rockefeller, Andrew Carnegie en Henry Ford. Dit leidde uiteindelijk tot de oprichting van de Reece Commissie die tot de conclusie kwam dat deze Stichtingen belangrijke controle uitoefende op Amerikaanse bronnen zonder enige democratisch overzicht.

Deze conclusie sloot aan bij wat Carroll Quigly (een van Bill Clinton's leidsmannen) eerder over deze Stichtingen had geschreven in Tragedy and Hope:

In concentrating, as we must, on the financial or economic activities of international bankers, we must not totally ignore their other attributes. They were, especially in later generations, cosmopolitan rather than nationalistic; they were a constant, if weakening, influence for peace, a pattern established in 1830 and 1840 when the Rothschilds threw their whole tremendous influence successfully against European wars. They were usually highly civilized, cultured gentlemen, patrons of education and of the arts, so that today colleges, professorships, opera companies, symphonies, libraries, and museum collections still reflect their munificence. For these purposes they set a pattern of endowed foundations which still surround us today.

En nog:

Behind this unfortunate situation lies another, more profound, relationship, which influences matters much broader than Far Eastern policy. It involves the organization of tax-exempt fortunes of international financiers into foundations to be used for educational, scientific, "and other public purposes."

En verder:

Since 1925 there have been substantial contributions from wealthy individuals and from foundations and firms associated with the international banking fraternity, especially the Carnegie United Kingdom Trust, and other organizations associated with J. P. Morgan, the Rockefeller and Whitney families, and the associates of Lazard Brothers and of Morgan, Grenfell, and Company. The chief backbone of this organization grew up along the already existing financial cooperation running from the Morgan Bank in New York to a group of international financiers in London led by Lazard Brothers.

Over het onderzoek van de Reece Commissie verscheen later ook het boek van Rene Wormser (Quigley noemde het boek "schokkend") Foundations, their power and influence. Uit de beschrijving op Amazon:

This is a searching analysis of some of America's most powerful tax-exempt foundations, their actions as opposed to their stated purpose's, the interlocking groups of men who run them, and their influence on the country at large. The author, as counsel to the Reece Committee, which investigated foundations for the last Republican Congress, gained a unique insight into the inner workings of the various Rockefeller, Carnegie and Ford-created giants. He also witnessed the intense and powerful opposition to any investigation of these multi-billion-dollar public trusts. The Reece investigation was virtually hamstrung from the start to its early demise- which was aided and abetted by leading newspaper of the country. "It is difficult for the public to understand," writes Mr. Wormser, "that some of the great foundations which have done so much for us in some fields have acted tragically against the public interest in others, but the facts are there for the unprejudiced to recognize." "The power of the individual foundation giant is enormous. When there is like-mindedness among a group of these giants, which apparently is due to the existence of a closely knit group of professional administrators in the social science field, the power is magnified hugely. When such foundations do good, they justify the tax-exempt status which the people grant them. When they do harm, it can be immense harm - there is virtually no counter-force to oppose them."

Een van deze "stichtingen", de bekende Rockefeller Foundation, had voor zichzelf voornamelijk tot doel gesteld om de overbevolking in de hand te houden alsook de manipulatie van massacommunicatie. Een topic die door de Reece Commissie bijzonder aandacht kreegt was de steun die deze Stichting gaf aan het onderzoek van Alfred Kinsey en met name zijn Institute for Sex Research. Standard Oil was eerder al betrokken geweest bij het leveren van oorlogsmateriaal aan Hitler en de Reece Commissie kwam nu tot de conclusie dat de Rockefellers ook bezig waren met het ondersteunen van "onderzoek" met een belangrijk impact op het Amerikaanse sociale, opvoedkundige en politieke leven.

De Reece Commissie had het niet gemakkelijk. Er was veel oppositie tegen een onderzoek naar belastingvrije instellingen, veel materiaal van Kinsey bleef ontoegankelijk en de media weigerde aandacht te besteden aan de werkzaamheden van de Commissie. Als gevolg kon de fraude gepleegd door Kinesey, fraude die moedwillig werd ondersteund door de Rocekfeller Foundation, niet blootgelegd worden (vergelijkbaar met Fauci - die natuurlijk ook gesteund wordt door een stichting, in dit geval de BMGF, overigens met banden met de RF). De Reece Commissie moest noodgedwongen zijn werkzaamheden stoppen (toen de Commissie Kinsey had opgeroepen om te getuigen, wende deze voor dat hij ziek was, en niet aanwezig kon zijn).

Desalniettemin had het onderzoek effect: onder Dean Rusk, de nieuwe president van de Rockefeller Foundation, werd de geldkraan voor Kinsey afgesloten. Althans rechtstreeks, want onrechtstreeks werden de fondsen nog steeds gebruikt om het onderzoek van Kinsey toe te passen  dit keer in de wereld van de wet. De American Law Institute werd nu de ontvanger van de RF's gulle hand teneinde de wetgeving rond zedendelinquenten wat "losser" te maken.

Kinsey zelf intussen ging op wereldtournee teneinde zijn inzichten ook buiten de V.S. ingang te doen vinden. Groot-Brittannië was daarbij als een van de eersten aan de beurt. Aldaar hielp hij mee aan het Wolfenden Rapport om de legalisering van onzedigheden en homosexualiteit te bepleiten. Maar Kinsey hoopte nog op veel meer: hij wou met name de dagboeken van Aleister Crowley op de kop tikken voor zijn Instituut. Crowley, die bekend stond als The Beast, was en occultist, druggebruiker en sadist die beslagen was in homosexuele " magie". Toen bleek dat Kinsey de dagboeken nog kon meenemen, maakte hij een pelgrimstocht naar Thelema Abbey, een spiritueel verblijf dat was opgericht door Crowley.

Kinsey was een bewonderaar van Crowley en de twee hadden wellicht ook contact. Ze hadden immers dezelfde seksuele "interesses" (of obsessies misschien?), alsook wederzijdse vrienden zoals de Amerikaanse nazi George Sylvester Viereck en de Franse pedofiel Rene Guyon.

In lijn met de traditie van de Amerikaanse "deep state" voerde ook Alfred Kinsey zijn onderzoek niet alleen in de V.S uit. Risicovolle projecten worden immers best niet binnen de grenzen van de Verenigde Staten uitgevoerd, aldus gewezen CIA-baas Allen Dulles. En Kinsey's onderzoek was blijkbaar risicovol genoeg. Dulles verwees daarbij naar een instituut geleid door E. Ewen Cameron voor menselijke proefpersonen. Cameron was een correspondent van van Kinsey en maakte deel uit van het Rockefeller netwerk. Hij zou later hoofd worden van het Amercan Psychiatric Association. 

Tegenwoordig is Cameron vooral ook bekend als onderzoeker binnen MK Ultra, het fameuze CIA project inzake "mind control". Het spreekt voor zich dat dergelijke gevoelige experimenten op mensen beter niet in de V.S. plaatsvonden. Dat gebeurde dus via het internatinale Kinsey/Rockefeller Foundation internationale network.

En nu wordt het interessant.

Het verhaal begint met de "new biology" van Jacque Loeb. Loeb zou uiteindelijk terecht komen bij het Rockefeller Institute for Medical Research. De connectie met de nazi's wordt uiteindelijk gelegd via aanhanger van de "new biology" geneticus Herman J. Muller. Dat Muller geneticus was, vermeld ik er niet zomaar bij. Wie geneticus zegt, denkt natuurlijk ook aan "eugenisme". En we weten uiteraard dat de Rockefellers een speciale interesse hadden voor het eugenisme. 

Zowel Muller als Kinsey vonden dat religie vervangen diende te worden voor wetenschappelijke overtuigingen en seksuele terughoudendheid door seksuele vrijheid. Beiden waren ook enthousiaste aanhangers van "positief eugenisme" of met andere woorden het elimineren van groepen met "genetische defecten" via massale sterilisatie. Voor zijn onderzoek ontving Muller net zoals Kinsey geld van de Rockefeller Foundation. Muller hoopte dat in de toekomst "selective breeding" mogelijk zou worden. Hij was voorstander van spermabanken waar het sperma van genieën zou worden opgeslagen om het "fokken" van toekomstige genieën mogelijk te maken en het menselijke ras te verbeteren. Uiteraard vinden wie hier de echoën van Brave New World van Aldous Huxley, broer van Julian Huxley, stichter van Unicef.

Die smermabank was overigens geen fantasie: de Herman Muller Sperm Bank werd in 1980 opgericht in California en verzamelt het sperma van onder andere Nobel Prijs winnaars.

Muller, van Joodse afkomst (er is iets met Joden en sex), werd in 1920 lid van het Zoölogie departement van de Universiteit van Texas. Daar aangekomen gaf hij de communistische studentenvereniging National Student League hulp bij het recruteren van leden. Zijn eerste beurs van de Rockefeller Foundation kreeg hij in 1925 voor zijn werk rond mutaties en genetica. In 1932 keer hij terug naar Duitsland meer bepaald naar Berlijn, net op het moment dat de Weimar-republiek aan zijn zwanenzang bezig was.

Eens in Berlijn aangekomen vond Muller een medisch establishment dat zeer open stond voor zijn ideeën om via een spermabank Supermensen te creëren. Deze creatie van een "super-ras" werd evenwel verhinderd door het traditioneel gezin. Muller zag het dan ook als zijn taak om via zijn "nieuwe biologie" bestaande uit ongecontroleerde sex en eugenisme het traditioneel gezin te vernietigen. Op die manier zou de "brave new world" gerealiseerd kunnen worden. In dit plaatje paste ook de "werkzaamheden" van Kinsey, Wilhelm Reich en Magnus Hirschfeld, de homosexuele oprichter (alweer van Joodse komaf) van het eerste Berlijnse "wetenschappelijk" sex Instituut (waar heel wat sexuele geperverteerde, waaronder vele "patiënten" van de nazipartij, werden behandeld.)

De hele atmosfeer van Weimar was zeer welgekomen voor Muller et. al. (zie hier en hier) Hij kon er vrijelijk aan zijn werk beginnen aan het Kaiser Wilhelm Brain Reseach Instituut in Berlijn. Zelfs toen de nazi's aan de macht kwamen, kon hij zijn werk voortzetten (ofschoon zelf half-joods). Financiers waren de onvermijdelijke Rockefellers. De reden waarom de nazi's het werk van Muller en anderen wel zag zitten, lag voor de hand: als eugenist kon Muller de nazi's van dienst komen in het elimineren van minderwaardige en dus ongewenste mensen om zo de raciale hygiëne te verbeteren. Eén van zijn volgers was de nazi-arts Ernst Rudin. Een andere goede contact was Freiherr von Verschuer, berucht voor zijn rol in het verschaffen van "wetenschappelijk" geloofwaardigheid aan het New Nordic Race Superiority-concept. Von Verschuer was ook de leraar van de roemruchte dr. Mengele. Hij werd overigens na de oorlog nooit veroordeeld. Wellicht dankzij de Rockfellers die eugenistisch onderzoek al van minstens 1905 af aan ondersteunden. Verschuer werd samen met andere architecten van de massa-uitroeiing van ongewenste elementen zelfs universiteitsprofessor en kon dankzij ondersteuning van Amerikaanse belastingvrijgestelde "foundations" ongehinderd verder zetten.

Een andere handige medewerker voor Muller was de al eerder vermelde George Sylvester Viereck, een nazispion werkzaam op de Duitse Ambassade in Washington DC. 

Ondanks zijn samenwerking met de nazi's lieten ook de Sovjets zich niet onbetuigd. In 1934 boden zij Muller een eigen laboratorium aan. Muller verliet Berlijn en ging in Moskou werken aan een programma van "positieve eugenitica" voor het Moskou Instituut voor Genetica. Muller bleef er werken tot 1937 en kreeg zelfs gezelschap van studenten van de Johns Hopkins Universiteit (Universiteit die toevallig een grote en niet onbesproken rol speelde in de coronapandemie). Gedurende de hele periode bleef hij financiële middelen ontvangen van de Rockefellers.

Ondanks zijn werk voor de nazi's had Muller zijn ware roeping gevonden: het marxisme (of beter: terug gevonden. Kwatongen beweren dat Muller gans zijn leven lid is geweest van de Comintern, opgericht door Lenin, één van zijn helden).  

Na zijn periode in de Sovjetunie kwam onze genetische duizendpoot - geholpen door het Rockfeller Instituut uiteraard - terecht in Edinburgh, Schotland, toevalligerwijs de plaats waar in 1997 het schaap Dolly werd gekloond. Uiteindelijk keerde hij terug naar de V.S. waar hij in 1945 collega werd van Alfred Kinsey. Ook daar bleef hij zijn eugenistische overtuigingen trouw. Kinsey van zijn kant bleef een overtuigd aanhanger van de "nieuwe biologie". Kinsey vond dat het aan de wetenschap was om te beslissen hoe de maatschappij er moest uitzien (in die zin is hij een illustere voorloper van mensen zoals Anthony Fauci en Marc Van Ranst).

Maar hoe kon zoiets gerealiseerd worden? Enter.....de Rockefellers. Naast eugenetica (en de medische wetenschappen in het algemeen) waren de Rockefellers immers ook bezig met het financieren van ander wetenschappelijk onderzoek: de communicatiewetenschappen namelijk. De allereerste communicatie-experten zoals Harold Laswell en Walter - manufacture of consent - Lippmann kregen van de RF financiële hulp. Diverse seminaries werden door de RF georganiseerd met het oog op (volgens sommige deelnemers) de creatie van nieuwe middelen voor het bereiken van totale controle over de Amerikaanse bevolking.

Het stond de Rockefeller's in elk geval toe om én eugenetisch onderzoek in Duitsland te financieren, én de nazi-oorlogsmachine van materieel en olie te voorzien én de Amerikaanse bevolking rijp te maken voor Amerikaanse betrokkenheid in WO2, én om ermee weg te raken! Een belangrijke figuur in dat verband was John J. McCloy, die bekend werd als de "voorzitter van het Amerikaanse establishment" (McCloy werd later overigens ook lid van de Warren Commissie, die die moord op Kennedy "onderzocht").

Deze McCloy richtte een psychologische afdeling op binnen het oorlogsdepartement met het oog op psychologische oorlogsvoering; in eerste instantie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Maar veel van McCloy's medewerkers kwamen nadien terecht bij de mainstream media waar ze ook hielpen bij de briljante pr-campagne rond de publicatie van de boeken van Kinsey. Onder andere het onderzoeksbureau Gallup werd ingeschakeld om de helpen bij deze en andere pr-campagne's van de Rockefeller Foundation. McCloy werd uiteraard uitgebreid bedankt voor zijn diensten: in 1946 werd hij lid van de raad van bestuur van de RF en later voorzitter van de door Rockefeller gecontroleerde Chase Bank. In die functie zorgde hij voor een fusie met de Bank of Manhattan. Door die fusie werd Chase Manhattan - later onder voorzitterschap van David Rockefeller - de tweede grootste bank van de Verenigde Staten. McCloy kreeg ook een termijn als voorzitter van de Wereldbank en van de Ford Foundation (Henry Ford draait zich om in zijn graf) en was adviseur van verschillende presidenten (ongeacht de partij waartoe die behoorden), waaronder Kennedy, Johnson, Nixon en Ford.

Dankzij deze PR-campagne's kon Kinsey zijn "wetenschap" met grote impact loslaten op de Amerikaanse samenleving (inclusief het juridisch apparaat). Vergeet daarbij dat Kinsey, net als zijn maatje Muller, experimenten deed op kinderen. Vergeet daarbij even dat zijn ganse constructie gebaseerd was op complete fraude en gesjoemel met data (tot in de puntjes uit de doeken gedaan in dit fantastische boek van Judith Reisman). De propagandamachine van de Rockefeller's had zijn werk gedaan.

En zo werd Amerika onder invloed van Kinsey sexueel "bevrijd" (een gelijkaardig verhaal kan verteld worden over België waar de marxist Jaap Kruithof er met zijn kompaan Jos Van Ossel via het boekje Jeugd voor de muur er in slaagde om de "seksuele moraal" in ons land "open te breken" - in de woorden van de socialist en jurist Piet Van Eeckhout. In het licht van wat Kruithof over het traditionele gezin schrijft in Vrijheid en Vervreemding - nadat de seksuele moraal al was open gebroken - valt te vrezen dat het ook hier de bedoeling was om via het open breken van de seksuele moraal het traditionele gezin af te breken. Het traditionele gezin, met zijn taakverdeling tussen man en vrouw, is voor marxisten misschien nog wel een grotere doorn in het oog dan het kapitalisme.)

Maar het ging nog veel verder dan enkel seksuele bevrijding. Het eugenisme is nog veel meer natuurlijk; ook al wordt die term - in diskrediet geraakt omwille van de nazi's - niet meer gebruikt. In 1962 nog werd in Londen een symposium georganiseerd in aanwezigheid van Muller, zijn marxistische (!) vriend (en Kinsey's gastheer in Londen) J.B.S. Haldane, en Julian Huxley (broer van Brave New World-auteur Aldous Huxley) en de man die de term "transhumanisme" introduceerde (ter vervanging van). Huxley was ook de eerste directeur van Unesco.

Deze kerels zagen zichzelf als superieur (net zoals Kinsey) en als royalty onder de eugenisten. Intussen hebben ze een elitair eugenistisch (of transhumanistisch) netwerk uitgebouwd waarvoor de wereld het als laboratorium dienst doet. Aanwezig op het seminarie was ook een nobelprijswinnaar genaamd Francis Crick. Crick noteerde daarbij dat de wetenschap (of beter gezegd: hun "wetenschap") de mensen minder en minder christelijk zouden maken.

Het symposium werd overigens gesponsord door een farmaceutische bedrijf (link met Rockefeller), producent van onder andere Ritalin, een medicijn dat voorgeschreven wordt aan kinderen met ADHD, ook weer zo één van die rare ziektes (zoals autisme) die plots opduiken en zich als een razend vuurtje beginnen te verspreiden. En waarbij sommige vermoeden dat de ziekte werd uitgevonden om medicijnen te kunnen verkopen (en om te kunnen experimenten op en met kinderen?).

Alfred Kinsey overleed in 1956 en kon het symposium niet meer meemaken.  Gelukkig voor hem werd zijn levenswerk verder gezet door zijn oorspronkelijke sponsors. De transhumanistische trein maakte dankzij Kinsey snelheid en dendert zonder hem ongenadig voort. Misschien wordt het tijd om de trein te doen ontsporen.

Over de auteur