"Schulden maken, vind ik niet zo’n probleem, zolang we deze maar gebruiken om productief te investeren in onze economie."
Deze uitspraak is niet van Paul De Grauwe - al had dat wel gekund - maar van Raoul Hedebouw. Op zich nogal een merkwaardige uitspraak voor een communist/marxist, omdat we ze eerder kunnen verbinden aan Pierre-Joseph Proudhon dan met Karl Marx. En zoals iedereen weet, waren die twee niet mekaars beste vrienden.
De ware reden hiervoor was de volgende. Proudhon was weliswaar een socialist, maar hij was ook een anarchist (iets waar Marx van gruwde, getuige ook zijn latere conflict met de anarchist Bakounin). Proudhon was in moderne termen uitgedrukt een marktsocialist. Zijn voorkeur ging uit naar een soort vrije marktsysteem maar dan zonder kapitalisten. Om dit te realiseren stelde hij een systeem van "gratis krediet" voor, waarvoor hij hard werd aangepakt door Frederik Bastiat. Het is niet de bedoeling om dit systeem nu te gaan analyseren (het wordt onder andere hier behandeld). Punt is dat Proudhon hiermee een soort paradijs wou creëren van talloze kleine onafhankelijke (niet-kapitalistische) producenten die dan productief zouden investeren in de economie. Een socialistische markteconomie dus.
Karl Marx (en het merendeel van zijn volgelingen zoals naar ik dacht ook Hedebouw) wou het omgekeerde. Hij wilde de (vrije) markteconomie vernietigen. En net daarvoor had je volgens hem kapitalisten nodig. Hoe dan precies in zijn werk zou gaan, was niet echt duidelijk, ook al pende Marx daarover bijna 3000 bladzijden bij mekaar, wat bekend is geworden als de drie delen van Das Kapital. Uiteindelijk kwam het hierop neer: kapitalisten werden gedreven door een mysterieuze aandrang om kapitaal te gaan accumuleren ook al zou dat betekenen dat ze daardoor zelf ten onder zouden gaan. Accumulatie betekent echter concentratie. Concentratie betekent dat al het kapitaal in handen zou komen van die steeds kleinere groep kapitalisten (Marx had blijkbaar nog nooit gehoord van de nadelen van voortdurende schaalvergroting). Alle anderen - hun kapitaal ontnomen - hadden enkel nog hun arbeid en konden daardoor alleen nog maar in fabrieken gaan werken. Of zoals Marx schreef: accumulatie van kapitaal betekent de toename van het proletariaat. Eens dit proces voltooid, en al het kapitaal in handen was van die enkele kapitalisten, kon de volgende fase aanbreken: de onteigenaars werden nu zelf onteigend (door wie? Marx heeft het ons nooit verteld.) en de communistische utopie zou gerealiseerd worden. Die utopie zou bestaan uit een volledig geplande economie, zonder private eigendom, zonder geld, zonder arbeidsverdeling. Zonder markt kortom. De "anarchie van de markt" zou eindelijk verdwijnen. Maar daarvoor moesten de kapitalisten volgens Marx wel hun werk doen. Het kapitalisme was dus een onvermijdelijk fase in de weg naar het elimineren van de markteconomie en de vervanging ervan door een planeconomie. Geen wonder dat hij in Proudhon (en Bakoenin) zo'n groot obstakel zag. (Marx was een ongelooflijke verspreider van haat, zelfs naar termen van die tijd, laat staan de huidige).
Proudhon van zijn kant besefte ook dat Marx zijn ideeën natuurlijk de doodsteek voor zijn opvattingen zouden betekenen. Als al het kapitaal aan iedereen wordt ontnomen, waardoor de grote massa enkel nog maar beschikt over zijn "labour power", is het heel moeilijk om de utopie van de socialistische markteconomie te realiseren, hoeveel gratis krediet er ook beschikbaar is (Marx was dan ook in feite zijn voornaamste tegenstander, niet Bastiat).
Marx had overigens wel een punt (wat hem eigenlijk ook een beetje verdacht maakt): kapitalisten willen inderdaad al het kapitaal accumuleren in hun handen. Maar daar is niets "mysterieus". Accumulatie is zoals we gezien hebben in feite concentratie. Concentratie van kapitaal betekent het uitschakelen van concurrenten. En dus monopolie- en kartelvorming. Ik twijfel er niet over dat de "kapitalisten" hier inderdaad naar streven. Hoe minder concurrentie, hoe beter. Want dat betekent meer winst (en niet minder zoals Marx dacht) en macht. Zei John D. Rockefeller Sr. niet dat "concurrentie een zonde was"? Kapitalisten hebben niet veel op met een echte vrije markt, want dan moeten ze hun winst en macht delen. Niemand minder dan Milton Friedman zag dat gevaar:
"The two greatest enemies of free enterprise in the United States, in my opinion, have been, on the one hand, my fellow intellectuals (beinvloed door Marx ongetwijfeld, TFB) and, on the other hand, the business corporations of this country.”
Twee andere grote verdedigers van het "kapitalisme" Raghuram G. Rajan & Luigi Zingales zagen hetzelfde. Vandaar hun pleidooi om het kapitalisme te redden van de kapitalisten.
Gelukkig voor de adepten van de "vrije markt" was er ook niks automatisch aan dit proces. Integendeel. De geschiedenis heeft ons geleerd dat monopolie- en kartelvorming een helse klus is en dat de kapitalisten dat niet kunnen zonder de hulp van de staat (zie oa. Gabriel Kolko en Murray Rothbard). Maar op onze lauweren kunnen we niet rusten. Op dit moment is er weer een nieuwe poging bezig en dit keer zouden ze wel eens kunnen slagen. Want Friedman's twee grote vijanden hebben zich momenteel verenigd in organisatie die zich het World Economic Forum noemt. En die hebben een systeem bedacht (enfin niet bedacht, die eer gaat waarschijnlijk naar John D. Rockefeller Jr.) - stakeholder capitalism - waarbij ze de staat bij hun plannen betrekken. Het eindresultaat is precies was Marx wou - zonder dan zijn overgang naar het communisme - het einde van de "anarchie van de markt" en de vervanging ervan door een technocratie. Dus in feite kunnen we Marx beschouwen als de grondlegger van het stakeholder capitalism van Klaus Schwab.
En om terug te keren naar het begin: is "gratis krediet" en de daarmee gepaard gaande schuldenexplosie geen deel van dit proces?