Marxisten en communisten staan ervoor bekend dat ze het "kapitalisme" willen afschaffen. Minder bekend is dat het marxisme in feite veel verder wil gaan dan dat: het kapitalisme is in hun ogen sowieso maar een tijdelijk (en bovendien noodzakelijk) fenomeen. De werkelijke vijand is de arbeidsverdeling, te beginnen met deze tussen man en vrouw (transgenderisme iemand?), want de arbeidsverdeling vergroot de ongelijkheid. Nee, betoogt Marx, wat er moet komen is de "supermens" die alles tegelijk kan doen: "I can hunt in the morning, fish in the afternoon, rear cattle in the evening, criticise after dinner, just as I have a mind, without ever becoming hunter, fisherman, herdsman or critic."
Maar helaas er liggen obstakels in de weg. Eén ervan is "le petit bourgeoisie" (die gelukkig dankzij de ontwikkeling van het kapitalisme en de accumulatie van kapitaal zou verdwijnen en de rangen zou vervoegen van het proletariaat - nu zie je waarom Marx het kapitalisme als een noodzakelijke tussenfase beschouwde.) Marxisten en communisten hebben dan ook vaak het burgerij aangevallen, met als belangrijk symbool het burgerlijk gezin (waar natuurlijk ook de arbeidsverdeling tussen man en vrouw tot in het uiterste wordt toegepast).
Om dit aan te tonen, zal ik gebruik maken van een artikel - lezing eerder - van Jaap Kruithof, die sterk door het marxisme werd geïnspireerd. De lezing werd opgenomen in de bundel vrijheid en vervreemding. De titel is al veelzeggend: marxisten hebben hun mond vol van vrijheid, terwijl ze in de praktijk net het tegenovergestelde implementeren; en vervreemding (veroorzaakt door de arbeidsverdeling uiteraard) was de favoriete obsessie van de jonge Marx.
Kruithof zegt in zijn lezing meteen waarop het staat: het (burgerlijke) gezin is een gevangenis, die de harmonische ontwikkeling van het individu, en dan met name het kind, belemmert. Daar zullen veel ouders ongetwijfeld van opkijken. De reden volgens Kruithof: het traditionele gezin is ondemocratisch (democratie is nog zo'n term die communisten graag gebruiken denk aan de Duitse Democratische Republiek).
Nu, dat het gezin ondemocratisch is, zal wellicht niemand ontkennen: je ouders zijn de baas. Hun wil is wet. Wat niet abnormaal is, aangezien je van pasgeboren kinderen moeilijk kan verwachten dat ze beslissingen voor zichzelf kunnen nemen. Dus zover kunnen we met Kruithof wel meegaan. De vraag is of dit de ontwikkeling van de kinderen als individuen belemmert. Welnu, die vraag wordt door Kruithof in feite niet beantwoord. Of in elk geval: niet bewezen. Het is een aanname. Want ouders hebben nooit een proeve van bekwaamheid moeten afleggen (tegenover wie?). Dus welke garantie hebben we dat deze dictators de "harmonieuze ontwikkeling van het individu" niet in de weg staan? En omdat we die garantie niet hebben, kunnen we er dus beter van uitgaan dat de ondemocratische structuur inderdaad slecht is voor de kinderen. Dat die kinderen voortgebracht zijn door diezelfde ouders, die daar dan ook met enig recht gezag over mogen uitoefenen, is voor Kruithof geen punt. Ze hebben dat recht niet, want we kunnen er niet vanuit gaan dat het goed is voor het kind. Het gezin zal democratisch zijn, of het zal niet zijn, al geeft Kruithof toe dat het traditioneel gezien moeilijk "uit te roeien" zal zijn.)
Maar als de ouders dat recht niet hebben wie dan wel? Ook die vraag wordt door Kruithof niet beantwoord. Maar we kennen het antwoord natuurlijk : de staat. Want als het ondemocratische burgerlijke gezin niet kan worden uitgeroeid en vervangen door een democratische gezinsvorm, is er maar één alternatief: de kinderen dwangmatig laten afnemen door de staat. En dat is natuurlijk wat de communisten, als volleerde Platonisten, altijd in de praktijk proberen hebben te brengen. Vrijwel altijd met weinig succes; hier had Kruithof dan weer gelijk: het burgerlijke gezin is niet zomaar uit te roeien, want het burgerlijke gezin is...natuurlijk.
Wat marxisten in hun blinde haat voor de "bourgeoisie" niet inzien, is dat er op zich niets mis is met dictatoriale verhoudingen, zo lang er maar de mogelijkheid bestaat om zich aan die dictatuur te onttrekken. Zo lang er een exit mogelijkheid bestaat, is het gebrek aan "voice" (democratie) in de praktijk geen probleem. Dit punt, dat werd gemaakt door de socioloog Albert Hirschman, gaat totaal aan de communisten voorbij. Een gezin is immers wel een dictatuur maar het is géén gevangenis. Er is ook nog zoiets als de omgeving. Kinderen, zodra ze een bepaalde leeftijd hebben bereikt, hebben immers altijd de mogelijkheid om aan de dictatuur waarin ze leven te ontsnappen. Kinderen kunnen en soms lopen weg uit het gezin waar ze deel van uitmaken. En dat is nu net het punt: we kunnen er vanuit gaan dat de meeste ouders ook effectief van hun kinderen houden en dat ze niet willen dat hun kinderen vroegtijdig het ouderlijk nest verlaten. En daardoor kunnen we er ook vanuit gaan dat de ouders de ontwikkeling van hun kinderen niet in de weg zullen staan, ook al hebben ze geen enkel proeve van bekwaamheid op dat vlak hebben moeten afleggen.
De dictatoriale macht van de ouders is dan ook helemaal niet absoluut, zoals Kruithof in zijn lezing betoogt. Integendeel. Ze wordt begrensd door het feit dat individuen over exitmogelijkheden beschikken. Dat daarvan vrij weinig gebruik wordt gemaakt - wat empirisch vastgesteld kan worden - bewijst dat ouders vrij goed hun werk doen, en verklaart ook de duurzaamheid en onuitroeibaarheid van het "burgerlijk" gezin, ook al zijn het dictaturen.
Dit alles toont ook aan dat er in feite niks mis is met dictatoriale samenlevingsvormen. Zo lang er maar de exitmogelijkheid bestaat. Sterker nog, het is de meest voorkomende samenlevingsvorm die er bestaat. Niet alleen het burgerlijk gezin, maar ook veel bedrijven zijn dictaturen: de eigenaar is de baas. Of denk aan sportclubs: de trainer stelt de ploeg op, niet de meerderheid van spelers. Enzovoorts. David Friedman noemt dit "competitive dictatorships". Overigens sluiten dergelijke competitieve dictaturen niet uit dat men ook wordt gehoord (dat er naast "exit" ook "voice" bestaat). Integendeel: gezinnen, bedrijven en sportverenigingen waar men ook effectief inspraak geeft aan en luistert naar de kinderen, werknemers en spelers; zullen meestal ook succesvoller zijn (in de brede betekenis van het woord). Ook trouwens in het stimuleren van de harmonieuze ontwikkeling van individuen.
Niets van dit alles zal een echte marxist overtuigen van zijn ongelijk. Hun doel is dan ook niet de emancipatie van het individu maar het vernietigen van de burgerij, gezin en al.